Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Floor schrijft

De meeste mensen hebben om zichzelf ‘doctor’ te mogen noemen een proefschrift geschreven en verdedigd. Een kleine groep heeft dat niet gedaan en is om eerbare oorzaken – doctoratus honoris causa – door een universiteit in haar weledelzeergeleerde kringen opgenomen. Zo ook Time’s ‘Person of the year’ van 2023 Taylor Swift. Dr. Swift dus, die in 2022 van New York University een eredoctoraat in the fine arts kreeg.

Voorafgaand aan de masterclasses van NSO-CNA schrijf ik steeds een preflectie: een voorbespiegelend stukje over het thema van de betreffende masterclass. Dit is mijn preflectie bij de masterclass Post-truth, propaganda en complotdenken.

 

Ze sluipt traag de trap op, blijft bovenaan staan. Hij zit al klaar. Ze zet een paar passen naar rechts, kijkt hem niet aan. Hij staart haar na. Ze verlegt haar blik naar boven, haar hoofd nu scheef en in de schouders. Hij volgt haar gebaar en haar blik. Geruisloos draait ze zich om, maakt een draai naar links en springt bij mij op bed.

“Today we have anthropology students who are indignant about many problems affecting the future of homo sapiens, but they are studying problems about which they have no ‘feelings’. Some think this is the only appropriate stance for a science. Yet the things that students are energetic about they do not study. I think we are losing something here.

Het is vandaag 1 mei, dag van de arbeid. Deze dag is door de internationale arbeidersvereniging als feestdag geïnstalleerd toen de Verenigde Staten de achturige werkdag introduceerden, maar wij vieren haar in Nederland officieel niet. Ook niet op de eerste maandag van september, als de Amerikanen hun eigen labor day vieren.Desondanks is het geen slecht idee om eens stil te staan bij je werk, betaald of onbetaald. Werk wordt in het algemeen beschouwd als een zinvolle besteding van je tijd. Toch waarderen we niet al die zinvolle bestedingen op dezelfde manier.

“Dingetjes die ik gek vind” is de naam van een categorie van dingetjes die, nou ja, je snapt het wel. In die categorie zit sinds kort de SGP-motie van Chris Stoffer die is aangenomen. Deze motie gaat over de representativiteit van belangenorganisaties en houdt in dat eisen gesteld gaan worden aan wie de overheid kan aanklagen. Als ik in het bestuursrecht kijk, dan zijn er twee soorten belanghebbende.

Al dagen laat dit beeld me niet los. Het is een foto die ik op 14 februari tijdens het NOS Journaal maakte van een beeldrapportage over de provincie Hatay, getroffen door de aardbeving van 6 februari. Er gaan veel hartverscheurende beelden rond, radeloze mensen die wachten op hulp of treuren bij degenen voor wie die te laat kwam, steeds minder frequent de opluchting en vreugde rond wie toch nog gered is. Toch grijpt mij dit beeld van deze eenzame figuur te midden van de brokstukken van wat eens een leefomgeving was het meest aan. Waarom?

Het afgelopen jaar won een team onder leiding van onderzoekers van de Universiteit Leiden de Ig Nobelprijs voor bewijs dat wanneer romantische partners elkaar voor het eerst ontmoeten en zich tot elkaar aangetrokken voelen, hun hartslagen synchroniseren. Voor mij is dit het mooiste nieuws van 2022, want het toont iets heel wezenlijks aan: wij mensen zijn in staat om ons met onze voelende lichamen op elkaar af te stemmen en zo een groter geheel te vormen dan wanneer we alleen zouden zijn.

‘Posthumanisme’ is zo’n typisch academisch begrip waar heel veel definities in passen. Sommige daarvan passen bij elkaar of vullen elkaar aan, andere beweren exact het tegenovergestelde. Toch is nadenken over het posthumanisme niet alleen maar interessant als academische discussie. Veel mensen hebben het gevoel dat er iets niet klopt aan vandaag, maar krijgen er niet precies de vinger achter. Tegelijkertijd woedt er in de wetenschappelijke wereld een revolutie die haar weerga niet kent.

Voor de bundel Innoverend onderzoeken. Grondslagen & praktijkvoorbeelden ben ik door de redacteuren Ariënne van Staveren en Hüseyin Susam gevraagd te reageren op de hoofdstukken van Wim Wardekker en Gert Biesta. In mijn analyse van hun werk zie ik veel van het denken terug waartegen ze zich juist willen afzetten. Waardoor, zo vraag ik me af, is het zo moeilijk om je te ontworstelen aan humanistische referentiekaders? Wat is eigenlijk het probleem met die referentiekaders? En wat heeft het posthumanisme te bieden als uitweg?

Voorafgaand aan de masterclasses van NSO-CNA schrijf ik steeds een preflectie: een voorbespiegelend stukje over het thema van de betreffende masterclass. Dit is mijn preflectie bij de masterclass Prestatiesamenleving.

Snel breien voor de wol op is

    “Wat ben je snel aan het breien zeg!”    “Ja, ik wil de trui afhebben voordat de wol op is.”

In eerdere afleveringen van mijn miniserie over buitendoctoren stond ik stil bij de academische arbeidsmarkt, bij wat de mogelijkheden voor buitendoctoren zijn en bij hoe universiteiten promovendi hierop (beter) zouden kunnen voorbereiden. Met mijn vorige blog heb ik mijn serie even onderbroken voor belangrijk nieuws – namelijk dat de klimaatverslechtering urgent is – en met deze blog herneem ik mijn verhaal door aandacht te schenken aan de werkgeverskant van het buitendoctoren.

Afgelopen jaar heb ik een korte serie opgezet over buitendoctoren, het werkend bestaan van doctoren die buiten de universiteit een loopbaan opzetten. In mijn laatste blog zegde ik toe stil te staan bij de rol van werkgevers. Deze serie onderbreek ik met een blog over een urgenter thema, en vraag ik begrip voor het niet nakomen van mijn belofte.

In deze miniserie over buitendoctoren – het naar analogie van buitenpromoveren beoefenen van wetenschappelijk onderzoek zonder aanstelling daarvoor bij een universiteit – sta ik stil bij wat universiteiten zoal (moeten) doen om promovendi goed voor te bereiden op een loopbaan buiten hun eigen muren. Opvallend genoeg heet dit dan vaak ook meteen ‘buiten de wetenschap’. In de aftrap van deze miniserie over buitendoctoren heb ik uitgelegd waardoor ik het daarmee oneens ben en in de laatste alinea van deze blog laat ik zien dat deze uitsluiting ook onnodig is.

Het lijkt tegenwoordig hip om elkaar over en weer te beschuldigen van slapen en indringend aan de ander te vragen of die wel wakker is. In dit essay ga ik iets anders doen: ik ga mijn eigen slaperigheid en het gevoel dat ik heb bij het ontwaken onderzoeken.

In de film Room* groeit Jack samen met zijn moeder op in een kamer. Moeder Joy is jaren geleden ontvoerd door Old Nick, die Jack bij haar verwekt heeft. Als Jack vijf wordt, vindt Joy het tijd om samen te ontsnappen. Maar hoe leg je uit aan een kind, dat in één enkele kamer is opgegroeid, wat ‘buiten’ is? Zij weet wat het is, zij kent het nog; maar voor Jack is het concept zo nieuw, dat hij eerst hevige paniek moet overwinnen voordat hij kan geloven dat zoiets überhaupt bestaat: buiten.

Net zoals op enig moment een jaar achter de rug is, is ook op enig moment – en met een vergelijkbaar gevoel voor ceremonie – het promoveren achter de rug en ben je doctor. Ik wil het vanuit het optimisme dat je dit lukt hebben over het leven daarna. Iets minder optimistisch ben ik over de kansen op een vaste aanstelling op een universiteit, dus ik wil het hebben over de mogelijkheden om je brood te verdienen met wetenschappelijk onderzoek buiten de universiteit. Buitendoctoren dus.

Pagina's