Independent scholar, cat addict, tattoo lover

buitenpromoveren

De afgelopen maanden ben ik druk in de weer geweest met het schrijven van mijn boek over narratief onderzoek. Dat wil zeggen: de eerste twee hoofdstukken schreef ik vlot want op routine, daarna liep ik vast in hoofdstuk 3, dat ik met omineuze voorzienigheid al ‘Welkom in de blubber’ had genoemd voordat ik eraan begon en besefte hoe ingewikkeld het is om heel precies te beredeneren wat sociale complexiteit eigenlijk is en hoe narrativiteit die beïnvloedt.

NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek die namens de Nederlandse overheid geld verdeelt onder onderzoeksprogramma’s, wist dat financiering van de Event Horizon Telescope letterlijk investeren in een zwart gat was, maar dacht misschien ook dat het dat figuurlijk zou zijn. Weggesmeten geld, dus. Daarom wordt er geen geld meer in gestoken.

Bij dezen kom ik uit de kast als non-lezer van Habermas. En hoewel ik zijn werk niet gelezen heb, heb ik er in mijn eigen werk zo nu en dan wel aan gerefereerd. Zonder te verblikken of te verblozen. Habermas is immers op mijn vakgebied voor sommige collega’s een geijkt referentiepunt. Logisch dus, welhaast vanzelfsprekend zelfs, om naar hem te verwijzen. Bijna onbeleefd om het niet te doen. Maar is dit eigenlijk wel oké, praten over boeken die je niet gelezen hebt?

Volgens Pierre Bayard is dit niet alleen oké, het is zelfs de bedoeling.

De grootste valkuil voor enthousiaste onderzoekers is dat ze alles op alles willen betrekken. Begrijpelijk, want dat hoort bij enthousiasme, wat komt van het Grieks voor ‘goddelijke vervoering, inspiratie of bezetenheid’, eigenlijk: een god in zich hebbend. Maar ‘alles’ is heel veel en je kunt, samen met Willem Kloos, wel een God in het diepst van je gedachten zijn, maar daarmee betreed je een andere wereld dan die van de wetenschap. Buitenpromovendi doen er dus beter aan hun enthousiasme ietskes te temperen. Zo heb ik althans zelf ervaren.

Als je op vakantie gaat, zijn er verschillende graden van voorbereiding.

Ik heb daarvoor onderstaand modelletje ontwikkeld:

Daaruit komt de volgende voorbereidingstypologie:

Anton Valens voert in Het boek Ont een organisatieadviseur in ruste op, ene Cor Meckering, die als een van zijn vele (uiterst vage, overigens) werkzaamheden druk in de weer is met een proefschrift, en dat al vele jaren.

Ik heb Het boek Ont pas deze herfst gelezen, maar heb al vele buitenpromovendi gesproken die me in meer of mindere mate aan Meckering doen denken. Daarom citeer ik hier wat uitvoerig over ‘de Meckering’ als type buitenpromovendus.