Independent scholar, cat addict, tattoo lover

openbare ruimte

Microstructures are networks that aim to solve persistent social problems in rural or urban areas. These are transdisciplinary networks of inhabitants, entrepreneurs, professionals, and academics who bind their forces to realize an ambition they share in the area concerned. They require small investments in governance which we expect to result in social entrepreneurship and self organisation.

Dit artikel gaat in op de mogelijkheden van narratief onderzoek in het opsporen van vraagpatronen van gezinnen, kinderen, wijkbewoners met betrekking tot de kwaliteit van het opgroeiklimaat in hun wijk. Een vraagpatroon is een set van samenhangende vragen en behoeften die burgers uiten naar aanleiding van een levensgebeurtenis, een concrete ervaring of binnen de actuele context waar zij in leven. Voor deze vorm van onderzoek is een vraaganalyse-instrument ontwikkeld om deze vraagpatronen te identificeren. Dit instrument heeft een dubbel perspectief.

De straat is in de ogen van menig beleidsmaker steeds vaker een sociaal probleem. Al dan niet in samenspraak met burgers stellen overheden gedragsregels of stadsetiquetten op, die zij dikwijls kracht bij zetten met zerotolerancebeleid, extra toezicht en camerabewaking. Burgers worden aangemoedigd elkaar op hun gedrag aan te spreken. Het inschakelen van burgers bij het tot stand brengen van gewenst gedrag op straat kunnen we opvatten als een op het officiële beleid aanvullende strategie, namelijk burgers zichzelf te laten controleren aan de hand van dominante culturele waarden.

In city branding, it is common to start with the question: who do we want to have in our city? In my paper I will present some of the narrative strategies Amsterdam uses to both include and exclude and to legitimise these actions. The question I will address is: what are the narrative mechanisms in the Amsterdam city branding and its slogan I amsterdam?

Met de creatieve industrie als sleutelgebied van het Innovatieplatform en als programma van het ministerie van Economische Zaken wil de overheid de economische potentie van cultuur en creativiteit versterken door het creatieve vermogen van het Nederlandse bedrijfsleven een impuls te geven. Naast imago is economie dus van belang. De overheid meet zichzelf daarbij een voortrekkersrol aan. De veronderstelling is dat door de globalisering alle steden, regio’s en staten op elkaar gaan lijken en dat deze zich dus moeten zien te onderscheiden van elkaar.

“Schoon, heel en veilig” wordt als merklap over de Nederlandse openbare ruimte gedrapeerd. Wat betekent dit voor de toegankelijkheid van die ruimte? Stevenen wij af op een dictatoriale monocultuur op straat? Of hervinden we sociale lenigheid?

Lees verder

Basten (2008). Zero versus Maximum Tolerance. Agora. Tijdschrift voor sociaal-ruimtelijke vraagstukken, jrg 24 nr 4 (34-37).

 

Hoe kunnen mensen die voor hun vak met ruimtelijke inrichting en vormgeving bezig zijn met gebruikers van ruimte verstandige gesprekken voeren over ruimtelijke beleving? Met die vraag heb ik honderd dagboekfragmenten geanalyseerd op de manier waarop ontroering, beklemming, tegenstrijdigheid en begrenzing worden geconstrueerd, met verrassende uitkomsten.

Basten (2005) Gekrulde ruimte. In 't Veld, Mertens, Van Vliet, Basten en 24 dagboekschrijvers. Gekrulde ruimte. Gesprekken over beleving in ruimtelijke inrichting. Utrecht: Uitgeverij Lemma bv.