Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Waarom hij hier is, vraag ik mijn medecursist. Hij grinnekt. Vorig jaar was hij bij een keynote van Dave Snowden. Dave kwam binnen, bekeek het programma, gebruikte het vervolgens als indeling van zijn toespraak: “Spiral Dynamics ... and why it’s useless. NLP … and why it’s rubbish.” Ik moet lachen. “So I thought”, vervolgt hij, “now that’s a guy I want to learn more from.” Welkom op de accreditatiecursus van Cognitive Edge.

Waarom ik zelf hier ben? Als je een onderzoeksbureau hebt, dan leer je via de vragen van je opdrachtgevers en af en toe een congres. En soms ga je op cursus. Als een opdrachtgever je bijvoorbeeld op een goede dag vraagt of Cognitive Edge iets is voor haar onderzoek. Je schiet het internet op en denkt “Ja!” tijdens het scrollen en browsen, “dat is inderdaad iets voor haar. En ja! Dat is ook iets voor mij!” Dus meld je je aan voor de eerstvolgende cursus. En so what als die in Londen is. Dan ga je toch gewoon naar Londen?

Onderweg
Ter voorbereiding lees ik een aantal artikelen van Dave c.s., verenigd in het netwerk dat Cognitive Edge heet. Aan de basis van hun onderzoek en advieswerk ligt het Cynefin-schema. Cynefin (Kun-è’vin, met de klemtoon op de è) is Welsh voor het besef dat een veelvoud aan bronnen (cultureel, religieus, geografisch, tribaal) ons vormt in zowel persoonlijke als collectieve ervaringen en zo bijdraagt aan onze kijk op de wereld. We vergeten soms dat we de wereld op verschillende manieren kunnen zien; in Cynefin verschijnt deze veelzijdigheid weer. Onze betekenisgeving kan uitgaan van orde. Dan denken we reductionistisch en in termen van regels, plaatsen onszelf buiten de wereld die we waarnemen. In deze wereld van handboeken en experts horen bijvoorbeeld Six Sigma en de learning organization. We kunnen ook uitgaan van chaos. In dat geval zoeken we – vaak lukraak – met statistiek en kansberekening naar de betekenis van het handelen van grote aantallen van elkaar onafhankelijke actoren. We kunnen, tot slot, ook betekenisgeven vanuit een perspectief van complexe adaptieve systemen. Actoren en systemen evolueren dan samen in een situatie die ver uit evenwicht is en zich voortdurend aanpast aan lokale omstandigheden. Deze omstandigheden zijn grenzen die je kunt manipuleren. Door ze attractief danwel afstotelijk te maken, versterk of verzwak je de patronen die je reconstrueert. Dat laatste is belangrijk: patronen zie je pas achteraf. CE is met name in dit kwadrant actief. Dave c.s. worden gevraagd hun technieken voor patroonherkenning toe te passen op bijvoorbeeld het vroegtijdig detecteren van radicalisering en terrorisme. Een dergelijke toepassing in de vorm van early warning indicatoren is natuurlijk ook op andere gebieden zoals de consumentenmarkt interessant. Wat ik zelf boeiend vind, is het narratieve van deze aanpak.

Woensdag: complexiteit
Mijn medecursist heeft Dave raak getypeerd. Dave is niet zuinig in zijn kritiek aan het adres van andere theorieën en goeroes. Tegelijkertijd refereert hij vaak genoeg aan zijn Welshe aard om genegenheid te spekken met stevige woordenwisselingen, om een verbale uithaal naar deze of gene ook te kunnen opvatten als teken van waardering – maar niet altijd. Deze sfeer van dubbelzinnigheid zal de hele cursus blijven hangen. De ene keer kun je een resultaat op meerdere manieren opvatten (het enige juiste antwoord bestaat niet), de andere keer is een heldere definitie vereist (een narratief is géén verhaal). Als cursist moet je redelijk wendbaar zijn in hoe je de stof interpreteert. Gelukkig besteedt Dave daar de eerste dag aan.

In grote lijnen schetst Dave het Cynefin-schema. Dit is een dynamisch schema: we kunnen switchen tussen de kwadranten. Wanneer we bijvoorbeeld comfortabel rechtsonder zitten en onverstoorbaar doorgaan met onze routines, dan kunnen we verrast worden door patronen die linksboven zichtbaar werden terwijl wij niet opletten. We verliezen bijvoorbeeld onze marktpositie en tuimelen de chaos in. Dan kan een sterke leider opstaan die de situatie herstelt en ons met ijzeren hand terugleidt naar onze eerdere positie (single attractor stabilization). We kunnen echter ook via een andere route chaos verlaten: naar het complexe gaan, bekijken welke mogelijke patronen zichtbaar worden, kiezen wat we willen verzwakken of versterken en vervolgens het domein van de expertise ingaan (multi attractor stabilization). Zo kunnen we ook ten behoeve van ons innovatievermogen experts van rechtsboven via chaos naar complexiteit terug naar expertise laten gaan, zodat ze met nieuwe perspectieven in aanraking komen.

Cynefin is een multi-ontologisch schema: het omvat meerdere ontologieën of manieren van interpreteren en verklaren. Sommige ontologieën zijn aangeleerd, andere zijn meer nartuurlijk. Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat betekenisgeving volgens het complexe domein voor ons mensen de natuurlijkste vorm van betekenisgeving is, dus via patroonherkenning. Maar met dit schema wil Dave niet suggereren dat aangeleerde ziens- en handelwijzen slecht of minder geschikt zijn. De methoden en instrumenten aan de rechterkant, waar orde heerst, werken ook – maar niet in alle situaties. Daarom ontwikkelt CE instrumenten voor waarneming en handelen in het complexe domein. Narratieve technieken zijn daarvoor bij uitstek geschikt en die staan voor morgen op het programma. Daar verheug ik me op, maar na deze dag vol uitleg en oefeningen voor gezamenlijke betekenisgeving ben ik eerst toe aan een stiff drink en ga op Fleet Street een glas witte wijn drinken in de zon.

Donderdag: narratieven
Ik zie enkele nieuwe gezichten. Je kunt een of twee dagen aanschuiven, maar wie geaccrediteerd wil worden, moet er alle dagen zijn. Zo’n accreditatie, aldus Dave en Steve, mede-oprichter van CE en mededocent van deze cursus, is vooral bedoeld om identiteit aan het netwerk te geven door gemeenschappelijke taal en concepten. Dat zijn ook de onderwerpen van vanochtend.

Vandaag staat de homo narrans centraal. Dave is daar zelf een voorbeeld van. Hij illustreert zijn verhaal doorlopend met anekdotes uit zijn professionele en privéleven. Dit verhaal verloopt in grote lijnen als volgt. We construeren in onze interacties narratieven (hier: ‘vertelsels’) als een soort wijsheid-overdrachts-mechanisme waarin we verhaalfragmenten samenpersen en aan elkaar plakken. Een verhaal (story) is aan vormregels gebonden, maar een fragment is een betekenisvolle eenheid waarmee we spontaan op elkaar reageren en die niet aan regels gebonden is. Daarbij gaat het ons niet om waarheid, maar betekenis. Deze vertelsels zijn dubbelzinnig, omdat we ze gebruiken om grip te krijgen op dubbelzinnige situaties. We kunnen niet alle informatie uit onze omgeving waarnemen, selecteren noodgedwongen en zijn dus blind voor andere betekenissen. Betekenisgeving is geen lineaire informatieverwerking via samenhangende mentale modellen, maar het herkennen van versnipperde patronen. Hoe we die patronen vormen hangt af van drie factoren: ons genetisch materiaal (predisposities die onder invloed van omgevingskenmerken tot uitdrukking kunnen komen), onze ervaringen (veelzijdiger naarmate er meer vrijheid is om te experimenteren) en de gefragmenteerde vertelsels van anderen.

CE ontwikkelt narratieve technieken die variëren in schaal: van het faciliteren van gezamelijke betekenisgeving aan patronen in groepen tot grootschalige dataverzameling (mass capture) via internet. Wat ze gemeen hebben is het werken met vertelsels of narratieve fragmenten. Dat kunnen anekdotes zijn of plaatjes, URL’s, foto’s of documenten. Vervolgens worden waarden toegekend aan de fragmenten in de vorm van tags. Deze tags zijn metadata (data over data) en daarover voer je je analyses uit. Wanneer je interessante patronen tegenkomt, haal je de desbetreffende fragmenten erbij. Een tag kan open zijn, bijvoorbeeld een parafrase. Wanneer het echter over enorme aantallen fragmenten gaat, is het handig het toekennen van tags deels te structureren, bijvoorbeeld met gesloten categorieën als geslacht en leeftijd (disambiguated options) en schalen waarop mensen een waarde kunnen aangeven (ambiguated filters).

In het ideale geval is tagging open en een activiteit van de respondenten zelf (self indexing). De praktijk is vaak anders: waarden zijn voorgegeven (ze bestaan als corporate values, komen van experts en vertegenwoordigers) en het toekennen van de tags wordt door anderen gedaan. Ik weet door het introduceren van allerlei nieuwe termen niet goed of ik het nu wel of niet meer kan volgen, of beter: ik begrijp het allemaal, maar dan vanuit mijn bestaande referentiekader als onderzoeker. Waarom dan een nieuw vocabulaire? Is tag niet gewoon code, een ambiguated filter geen semantische differentiaal? De casus die Steve ter toelichting presenteert neemt mijn verwarring niet weg. Samen met experts van de politie van Singapore hebben ze tags gegeven aan processen-verbaal over winkeldiefstal om tot daderprofielen te komen. Dat is het coderen van secundaire data door experts – niet echt het vernieuwend onderzoek dat ik hier hoopte aan te treffen. Volgens mij kun je met de narratieve technieken van CE veel meer. Waarom zou je bijvoorbeeld als je zo veel data hebt de fragmenten alleen ter illustratie van afwijkende tags gebruiken en niet ook de relaties tussen fragmenten en tags analyseren? Dus toch genoeg stof tot nadenken en perspectieven op nieuwe mogelijkheden voor mijn eigen onderzoek. Ik popel ermee aan de slag te gaan, maar first things first: eerst de pub in voor eten, drinken en geanimeerde gesprekken.

Vrijdag: netwerken
De meeste van de ongeveer 25 cursisten komen uit de UK. Verder zijn er onder meer een Spanjaard, een Noor en drie Nederlanders. Het merendeel is consultant bij de overheid (ministerie, gemeente, universiteit), het bedrijfsleven (olie, bankwezen, telefonie) of een combinatie van beide (posterijen: geprivatiseerd maar de overheid is enige aandeelhouder). Wereldwijd telt het netwerk zo’n 2000 leden, van wie ongeveer 500 actief. Gisteravond hebben we een aantal van hen ontmoet. Dave en Steve willen door de kennismaking van leden met cursisten van CE een levend netwerk maken. In dat netwerk is de cognitie gedistribueerd, niet gecentraliseerd. Dat maakt de leden van het netwerk aantrekkelijk voor opdrachtgevers is, want zij huren geen groot consultancybureau in maar kunnen wel op veel kennis en ervaring rekenen. De ochtend gaat over netwerken.

Voor netwerken zijn twee cijfers relevant. De natuurlijke grens van het aantal mensen dat we vertrouwen is vijftien en we kunnen met maximaal 150 mensen een persoonlijke relatie onderhouden. Deze getallen zijn van belang voor het smeden van netwerken en toepasbaar in het Cynefin-schema. In de kwadranten van orde domineert het getal 150. Rechtsonder, waar de basis niet gecentraliseerd is, is het getal hoger; rechtsboven, waar de experts elkaar opzoeken, is het getal lager. Drastisch lager is het aan de linkerkant van het schema. Linksboven geldt een maximum van vijtien. Hier zoeken mensen elkaar op in informele verbanden, vrijplaatsen en schaduwgroepen. Linksonder geldt een ideaal getal van vijf. Hier heerst chaos en is een crisisteam nodig dat de situatie kan veranderen (naar boven of naar rechts in het schema). Kijken we terug naar interventies ten behoeve van het innovatievermogen, dan zie we dat experts die via chaos naar complexiteit en terug naar expertise gaan, dat dus beter in wisselende aantallen kunnen doen. De tijd in chaos is liefst kort, zodat ze daarna in netwerken van vijftien in de complexe hoek nieuwe perspectieven kunnen ontwikkelen. Deze beweging is een voorbeeld social network stimulation. Net als de meeste oefeningen van de voorgaande dagen zijn de oefeningen van vandaag goed te gebruiken door facilitators en consultants. Vanuit onderzoeksperspectief is de middag interessanter, wanneer de mogelijkheden van SenseMaker SuiteTM aan de orde komen, een krachtig softwarepakket voor mass capture van data en het opsporen en representeren van patronen daarin. Geaccrediteerde leden kunnen daarvan gebruikmaken in hun werkzaamheden. Ik mag mij na afloop van deze laatste cursusdag tot die groep rekenen, een feit dat ik met een mede-cursiste, ook geaccrediteerd en Nederlands, graag vier met een goed glas in een nabijgelegen pub.

September: Amsterdam
Als kenniseconomie is het noodzakelijk een voorsprong te hebben en te houden. Een sterk punt van Nederland, zo vinden Dave en Steve, is dat het als klein land al sterk vernetwerkt is. De leiders zijn toegankelijk, het onderwijs is van hoog niveau en de consultancy is goed ontwikkeld. Ze verheugen zich er dan ook op deze accreditatiecursus van 2 tot en met 4 september in Amsterdam te verzorgen.

 

Basten (2008). Cognitive Edge: vertelsels over een accreditatiecursus. Management en Consulting, 4 (18-22).