Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Och waas ik maar beej mooder thoès gebleve… In mijn Limburgse oren klinkt de versie van Huub Stapel vele malen beter dan die van Johnny Hoes, die de Venlose tekst van Frans Boermans vertaalde naar een Nederlandse kaskraker. Het is nog maar zo kort geleden, de reden voor de vertraging van deze nieuwsbrief: carnaval.

In Intermediair van 25 februari 2011 staat een artikel over evidence-based consulting met als veelbetekenende kop: ‘God zegen de greep’. Deze ‘advisering op basis van aantoonbare resultaten uit het verleden’ is in opkomst, maar nog geen gemeengoed. Desondanks zijn er behoorlijk wat buitenpromovendi die onderzoek doen naar de praktijk van organiseren en adviseren. Wat zijn hun ervaringen met de wetenschappelijke wereld?     

Laatst vertelde iemand me dat ze op wel honderd nieuwsbrieven was geabonneerd. Honderd? Dat leek me een beetje veel. Ze keek me ook wat gepijnigd aan; blijkbaar waren niet alle abonnementen vrijwillig afgesloten. “Meestal klik ik ze meteen weg”, zo vatte ze haar oplossing om met deze grote hoeveelheid nieuws om te gaan samen. Een lot dat, zo bekende ze, ook de CO Times vaak onderging. Jammer. Niet veel later ben ik overgestapt op een nieuw mail-programma. Toen ik mijn oude post overzette, bleek ook ik van veel nieuwsservices op een mailinglist te staan.

Later en langer, dat is deze nieuwe CO Times. Op 27 oktober 2010 was het zover: op de manifestatie Buitenpromovendi en het onderzoekend vermogen van de samenleving waren zo’n veertig belangstellenden getuigen  van de overhandiging van het rapport over het gelijknamige onderzoek aan de voorzitters van VSNU en PNN. Een voor mij spannend moment, omdat ik behoorlijk intensief met het onderzoek bezig ben geweest. Het begon met de interviews van januari tot en met maart en toen volgde de analyse. Tja, en dan?

Het lijkt alsof er geen groep in de wetenschappelijke bedrijvigheid zo in nevelen gaat gehuld als die van de buitenpromovendi. Is er eigenlijk wel sprake van een groep? Vooralsnog heeft de VSNU geen cijfers paraat en de specifieke noden van deze onderzoekers zijn niet systematisch geïnventariseerd. Hierdoor kunnen de belangen van buitenpromovendi niet goed gediend worden. Reden voor mij als initiatiefnemer van [campus]OrléoN om in 2010 te starten met een onderzoek naar buitenpromovendi. Om hoeveel mensen gaat het eigenlijk? In welke vakgebieden zijn zij veelal actief?

De samenleving publiek maken. Wat een middag in gesprek met Anne-Marie Poorthuis zoal niet kan opleveren (zie ook verderop in deze CO Times). “Waarom maak je voor de campus geen onderzoeksprogramma waar je de leden op uitnodigt om aan mee te doen?” Soms liggen de dingen wat voor de hand en zie je ze daardoor niet. Inderdaad, waarom doe ik dat eigenlijk niet? Het schept eenheid in veel van de dingen waar ik mee bezig ben en kan daardoor ook verbindend werken voor de onderzoekers op de campus.

26 maart was het, na vele weken van intensief regelwerk, verwachtingsvolle spanning en voorpret, de beurt aan allen die hun zin in onderzoek de vrije teugel laten. Ik kijk terug op een geslaagd congres en met mij, gelet op de enthousiaste en positieve reacties, velen. De entree in de bibliotheek van VDO Opleiding en Advies van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen zette bij velen de toon en de sfeer was een aantrekkelijk product van het enthousiasme van de deelnemers en die adembenemende ruimte.

The crisis of representation is felt in both social sciences and democracy. I describe the main features of this crisis and sketch the outlines of a possible way out. Starting from an optimistic viewpoint on what social sciences might accomplish once evolved to a next level, I present a scale for social research that facilitates new ideas about democracy and discuss the notion of ‘public’ as a collection of people that can be identified after an event, because they share common experiences during the event. These experiences are expressed in narratives.

Dit artikel gaat in op de mogelijkheden van narratief onderzoek in het opsporen van vraagpatronen van gezinnen, kinderen, wijkbewoners met betrekking tot de kwaliteit van het opgroeiklimaat in hun wijk. Een vraagpatroon is een set van samenhangende vragen en behoeften die burgers uiten naar aanleiding van een levensgebeurtenis, een concrete ervaring of binnen de actuele context waar zij in leven. Voor deze vorm van onderzoek is een vraaganalyse-instrument ontwikkeld om deze vraagpatronen te identificeren. Dit instrument heeft een dubbel perspectief.

De straat is in de ogen van menig beleidsmaker steeds vaker een sociaal probleem. Al dan niet in samenspraak met burgers stellen overheden gedragsregels of stadsetiquetten op, die zij dikwijls kracht bij zetten met zerotolerancebeleid, extra toezicht en camerabewaking. Burgers worden aangemoedigd elkaar op hun gedrag aan te spreken. Het inschakelen van burgers bij het tot stand brengen van gewenst gedrag op straat kunnen we opvatten als een op het officiële beleid aanvullende strategie, namelijk burgers zichzelf te laten controleren aan de hand van dominante culturele waarden.

Pagina's