Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Afgelopen najaar heb ik een geval van plagiaat gemeld bij de rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR; lees hier meer over deze melding). Vandaag heb ik de conclusie van de hiervoor ingestelde Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI; download hier) en de uiteindelijke beslissing van het College van Bestuur (CvB; download hier) te horen gekregen.

Mijn melding betrof twee afzonderlijke maar wel samenhangende elementen. De eerste was het plagiaat in het proefschrift van A, de tweede was dat A’s begeleiders (promotor en enkele leden van de kleine commissie) betrokken waren bij enkele proefschriften waaruit A geplagieerd heeft. De CWI heeft over beide elementen een oordeel geveld.

Eerst maar eens over A’s plagiaat. De CWI heeft geoordeeld dat het proefschrift plagiaat bevat en wel in dusdanige mate, dat zij het College van Promoties aanbeveelt zijn besluit tot het verstrekken van de doctorstitel te herroepen. Het CvB heeft echter andere overwegingen. Ja, er is sprake van plagiaat, maar er zijn verzachtende omstandigheden. Ten eerste is dat de kwaliteit van de begeleiding. Die was (blijkbaar) buiten de schuld van A slecht. Ten tweede heeft A (blijkbaar) zelf een plagiaatscan gedaan en daar kwam in haar ogen niets verontrustends uit. Ten derde is geen sprake van een volledig ontbreken van bronvermeldingen en houdt het CvB het op ‘verregaande vorm van slordigheid’. En ten vierde is er een lid van de kleine commissie geweest die het werk desondanks toch promovabel vond. Het evenredigheidsprincipe in acht nemend legt het CvB daarom de volgende maatregelen op:

  1. A krijgt een berisping omdat zij zichzelf niet op de hoogte heeft gesteld van de juiste wijze van citeren.
  2. A krijgt tot 1 oktober de tijd om in de digitale versie (tot dan niet meer openbaar beschikbaar) geplagieerde stukken te herschrijven waarbij ze zorg draagt voor adequate bronvermelding. Bij de papieren versie wordt een lijst met errata toegevoegd. De decaan van de Rotterdam School of Management (RSM) en twee externe beoordelaars zullen de herschreven versie toetsen.

Dan over de begeleiding van A. De CWI geeft het CvB in overweging om nader onderzoek te doen naar mogelijk plagiaat in andere proefschriften die onder begeleiding van A’s promotor tot stand zijn gebracht. Het CvB neemt dit advies over en gelast de decaan van de RSM om onderzoek te laten doen door deskundigen van buiten de EUR. Zij moeten hun bevindingen binnen drie maanden rapporteren.

De rector magnificus zei dat hij de gang van zaken buitengewoon betreurt.

Nou, ik ook.

De argumenten die het CvB opvoert ter onderbouwing van zijn beslissing omtrent de doctorstitel zijn op z’n zachtst gezegd dubbelzinnig. Enerzijds – en ik gebruik hier mijn woorden – is het een verzachtende omstandigheid dat A te onnozel was om op de hoogte te zijn van de spelregels rond plagiaat, anderzijds wordt A berispt (oelala, een berisping, dat zal wel pijn doen!) omdat ze zich daarvan niet op de hoogte had gesteld. Enerzijds wordt A’s eigen plagiaatscan geaccepteerd als serieuze poging niet te plagiëren, anderzijds wordt haar verweten dat ze de binnen de wetenschap geldende regels voor citeren niet opvolgt. Ja, wat is het nou? Oenigheid als aanvaardbaar excuus of fraude door laakbare nalatigheid? Welke logica wordt hier gevolgd? Je mag het een promovendus toch wel aanrekenen als deze zich niet vergewist van wat de bedoeling is? Dat doet het CvB ook; vandaar die berisping. De schuld van het plagiaat wordt echter tegenlijkertijd grotendeels gelegd bij de begeleiding, waardoor A dus eigenlijk niet alleen onnozel en naïef is, maar ook nog eens een zielig slachtoffer van de omstandigheden. Ach toch. Ruikt dat maar in de verste verte naar iemand die zelfstandig wetenschappelijk onderzoek kan doen? Ik ruik dáár in elk geval niks van, maar er is wel degelijk iets onwelriekends aan de hand. Het verweer van A’s promotor is dat hij ook meende dat er geen sprake was van plagiaat. Dat is raar voor iemand die als voorzitter van de examencommissie erop toeziet dat studenten niet plagiëren. Uit het rapport van de CWI blijkt voorts dat de samenstelling van de kleine commissie niet volgens de regels was, dat er sprake was van onvoldoende onafhankelijkheid en dat daarin iemand zitting had met wie A een persoonlijke relatie heeft en die niet ter zake kundig is. Niemand leek zich maar iets van de regels voor zorgvuldige wetenschap aan te trekken. Uit onwetendheid? Van hoogleraren mag je verwachten dat ze weten hoe het moet, maar ook A kan zich moeilijk van de domme blijven houden. Ze heeft proefschriften gelezen – ze heeft er nota bene uit geplagieerd, inclusief correcte bronvermeldingen – en weet dus wel degelijk hoe het wel hoort. Het verweer van ‘we hebben het niet geweten’ is in mijn ogen te zwak.

Mijn hypothese is dat hier een promotie is bekokstoofd door A, haar promotor en (een deel van?) de kleine commissie, met als gevolg een gemakkelijk verkregen titel, een gemakkelijk verkregen pot geld en een gemakkelijk toe te voegen naam op de lijst met succesvolle promovendi. Prettig onderling bedisseld maar helaas door een schitterend ongeluk uitgekomen. Hoe dom. En hoe arrogant om te denken op deze manier wetenschap te kunnen bedrijven. En wat een belediging voor iedereen die wel de wetenschap serieus neemt en er hard voor werkt er een eigen bijdrage aan te leveren.

In Handboek Buitenpromoveren schreven coauteur Kerstin van Tiggelen en ik over het promotietoerisme uit de zestiende eeuw, waarbij de promovendus geen proefschrift schreef, maar de universiteit een zak met geld gaf in ruil voor de titel. Desiderius Erasmus promoveerde op die manier in 1506 aan de universiteit van Turijn. In de tussenliggende eeuwen is veel veranderd rond het verkrijgen van de doctorstitel. De promovendus wordt geacht zelfstandig onderzoek te doen en te verdedigen. Is dat de universiteit die de naam van Erasmus draagt ontgaan? Dat lijkt me niet. Maar uit hoe A een hand boven het hoofd wordt gehouden, blijkt ook weer niet dat het helemaal onmogelijk is om op de zestiende-eeuwse manier te promoveren. Je krijgt alleen anno nu een slap on the wrist en een herkansing.

(Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik in een eerdere versie van deze blog post afsluit met een kleine tirade. Die laat ik, nu mijn eerste verontwaardiging gezakt is, achterwege want ik heb mijn punt zo ook wel gemaakt. Ik bereid een bezwaar bij het LOWI voor en een aantal wetenschappers heeft al aangegeven mee te willen tekenen. Wil je dat ook, laat het me dan even weten via floorbasten@orleon.nl. Intussen is er op Facebook ook een groep aangemaakt, ThesisGate, waarin we mijn bezwaar-in-wordng bespreken. Als je mee wilt doen, ben je van harte welkom).

---

Gerelateerde stukken:

Sorry wetenschap, ik heb verzaakt #plagiaat

Rapport Commissie Wetenschappelijke Integriteit. Melding plagiaat in proefschrift – april 2014

Besluit CvB naar aanleiding van melding plagiaat – 12 juni 2014

EUR berispt gepromoveerde, persbericht EUR dd 12 juni

Plagiaat in proefschrift ontdekt, Erasmus Magazine 12 juni 2014

Rector over plagiaat: het is wake up call, Erasmus Magazine 12 juni 2014

EUR over fraude en plagiaat bij werkstukken, scripties en tentamens

Plagiërende studenten: straffen en opvoeden, Erasmus Magazine (saillant detail: hierin komt ook A’s begeleider als deskundige inzake plagiaat aan het woord)